Gedeelde standaard voor het delen van proefsleufdata
Léon olde Scholtenhuis
Organisatie || Allinq Groep
Kandidaat || Faith Tangara
Soort project || Eng.D.
Periode || februari 2025-2027
Het aantal graafwerkzaamheden in Nederland neemt toe vanwege de energietransitie, de uitrol van glasvezelnetwerken en stedelijke herontwikkeling. Doordat er meer werkzaamheden plaatsvinden in een al drukke ondergrond, blijft het risico op schade aan kabels en leidingen toenemen. Ter voorkoming van schade, wordt liggingsdata van kabels en leidingen uitgewisseld. Hoewel bronnen, zoals het Kabels en Leiding Informatie Centrum (KLIC), toegang biedt tot geregistreerde leidinginformatie, is deze data beperkt tot tweedimensionale weergaven. Ook ontbreekt vaak diepte-informatie en is de positionele nauwkeurigheid onbekend of beperkt. Proefsleuven worden daarom vaak gegraven om de daadwerkelijke ligging, diepte, kruisingen en staat van ondergrondse assets te verifiëren.
Proefsleuven worden maar op enkele plekken op een bouwlocatie gegraven, maar leveren hoge waarde en een nauwkeurigheid van soms enkele centimeters. In de praktijk is deze informatie opgeslagen in foto’s, rapporten en projectspecifieke bestanden. Ook wordt geëxperimenteerd met 3D informatie uit bijvoorbeeld fotogrammetrie, LiDAR-scanning en gegeorefereerde fotobeelden.
Ongeacht de technologie, geldt helaas dat na het dichtgooien van een proefsleuf veel informatie lastig terug te vinden is. Het verdwijnt in de archieven van projecten en organisaties. Dit leidt vervolgens tot herhaald graven van sleuven in eenzelfde gebied. .
Proefsleufdata met verschillende herkomst en format samengevat in een standaard-datamodel
Dit ontwerpproject richt zich op de vraag hoe gevalideerde proefsleufdata op een gestructureerde manier gedeeld en hergebruikt kunnen worden. We ontwikkelen een semantisch datamodel met daarin een gemeenschappelijke structuur en terminologie voor het beschrijven van proefsleuven en waargenomen nutsinfra. Het model bouwt voort op de bestaande Nederlandse informatiemodellen NEN 3610 en IMKL, en past linked data‑principes toe om interoperabiliteit tussen verschillende datasets mogelijk te maken.
Het doel is om een prototype-interface te ontwikkelen met daarin een illustratie van hoe semantisch verrijkte proefsleufdata over verschillende bronnen heen kan worden bevraagd en gevisualiseerd. Uiteindelijk kan hiermee een betere data-organisaties en governance van ondergrondse data-uitwisseling ontstaan.